Geen landroof voor biokatoen

In biologische certificeringen moet voortaan worden gekeken of het land waarop katoen of andere textielgewassen worden geteeld niet is verkregen door landroof, en of voor de verbouw geen onoverkomelijke schade aan de natuur is aangebracht.
Dat is althans de inzet van Textile Exchange, een belangrijke Amerikaanse organisatie op het gebied van biologische katoen. Textile Exchange laat dat weten na vragen van het Engelse tijdschrift Ecotextile News (febr. 2015). Dat blad vestigde onlangs de aandacht op een geval van grootschalige landroof in de Omo-vallei in Ethiopiƫ. Daar werd de bevolking verjaagd en een natuurgebied van 10.000 hectare praktisch vernield om plaats te maken voor een plantage van biologische katoen.
Wat dit voor gevolgen had voor het landschap tonen deze foto’s, genomen vanuit hetzelfde standpunt in 2009 en 2014.
foto_ethiopieDat biologische landbouw onverenigbaar is met de vernieling van natuurgebieden, is een standpunt dat ook wordt ingenomen door IFOAM, een wereldwijde paraplu van allerlei bedrijven en ngo’s die zich bezig houden met biologische productie. Ook de textielorganisatie GOTS is sinds december 2014 aangesloten bij IFOAM. Dat een paragraaf over landroof of natuurvernieling straks onderdeel wordt van de GOTS-certificering, lijkt daarmee een kwestie van tijd.
De affaire in Ethiopiƫ leek erop te wijzen dat de belangen van buitenlandse investeerders daar hoger worden aangeslagen dan die van de eigen bevolking. De buitenlandse investeerder in kwestie was het Turkse Ayka Investment, dat grote retailers als H&M en Tchibo tot zijn klanten heeft. Deze merken hebben inmiddels laten weten geen katoen uit dit gebied te willen verwerken. Ook Ayka zou zich uit de Omo-vallei willen terugtrekken. Het zal echter lang duren voordat het landschap zich herstelt van de aangerichte schade.