Naturally dyed wool

Tinctorial Textiles is a new step in the research on natural colours. A palette of 13 colours has been created and executed in semi translucent wool for panel curtains. The overlapping panels blend the colours into new shades.

Tinctorial_Textiles1

Tinctorial Textiles is a new range of natural colours, developed in a close collaboration between Ecological Textiles and Raw Color, the Eindhoven based company of designers Christoph Brach and Daniera ter Haar. Their projects are mainly commissioned by the cultural and design related field. Philips future research department ‘Design Probes’, TextielMuseum based in Tilburg, art publisher and platform ‘Onomatopee’, fashion label ‘Ontour’, and the interior architectural company Merkx+Girod are among their clients.

Tinctorial_Textiles2

For the colours we used the knowledge of ‘Rubia Natural Colours’, a dutch company specialised in the development of natural colour. The applied dyes are for one part taken from this companies palette and for the other part especially developed for this project.

Natural dyes

The term ‘tinctorial’ relates to most of the natural plants that are used for dyes. The colours used in the Tinctorial Textiles project derive from three plants:

  • Madder root (Rubia tinctorum) for the reddish hues,
  • Woad (Isatis tinctoria) for the blueish hues
  • Reseda (Reseda luteola) for the yellowish hues.

All dyes are purely applied in different concentrations to achieve more variations in colour. New shades are created by over-dyeing the fabric with two dyes, resulting in greens, purples and oranges.

Dyes from plants are authentic, unique and offer a broad colour spectrum. All colours are produced from a 100% renewable source, contrary to synthetic dyes that still use fossil oil – an ending source. From all arguments in the discussion toward natural colours and becoming a sustainable enterprise, this is the most important one. Natural colours simply don’t destroy the earth by not taking from it what we can never replace. Besides that, natural colours are bio-degradable.

More detailed info can be found here in our webshop.Tinctorial_Textiles6

Tinctorial_Textiles3

Tinctorial_Textiles9

Recycled cotton yarns

Now available in our webshop, a whole new range of yarns in fourteen colours.
Ecotec® yarns are spun in an ecologically advanced recycling process which uses the leftover cotton fabric of newly-made, pre-dyed garments. Textilewaste is responsible for a lot of environmental pollution. The process of regenerating is avoiding the destruction of materials in public dump incinerators. Since the colours are those of the previous life of the recycled fabrics, the dyeing process is eliminated, reducing the use of dyes, other hazardous chemicals, water and energy up to 90%.

The traditional way to make knitwear starts from raw-white yarn and takes fourty steps, including transportation, bleaching and dyeing.
traditionalThe ecotec® system starts from the coloured yarns saving steps in the manufacturing process.
ecotec

Ecotec® is used in all textile applications where dyed spun yarns are used, including knitwear and hoisery, carpets, upholstery and household linens.

The yarns are made up of recycled cotton and new fibers such as bamboo, cotton etc. In the yarncount Nm 34/2 65% of the used material is recycled. In the yarn Nm 20/2 the amount of recycled fibers is up to 80%.

Once processed, ecotec® produces a yarn with a molecular structure which makes the fabric cool in summer, and warm and comfortable in winter.

All the ecotec® yarns bear the European Oeko-Tex Standard 100 guarantee which certifies that hazardous chemical substances are completely absent.
The production processes are periodically inspected by the ITP (Italian Textile Fashion), which certifies the processes of recycling and the traceability of the raw materials used.
Check out the colours in our webshop.

yarn

Geen landroof voor biokatoen

In biologische certificeringen moet voortaan worden gekeken of het land waarop katoen of andere textielgewassen worden geteeld niet is verkregen door landroof, en of voor de verbouw geen onoverkomelijke schade aan de natuur is aangebracht.
Dat is althans de inzet van Textile Exchange, een belangrijke Amerikaanse organisatie op het gebied van biologische katoen. Textile Exchange laat dat weten na vragen van het Engelse tijdschrift Ecotextile News (febr. 2015). Dat blad vestigde onlangs de aandacht op een geval van grootschalige landroof in de Omo-vallei in Ethiopië. Daar werd de bevolking verjaagd en een natuurgebied van 10.000 hectare praktisch vernield om plaats te maken voor een plantage van biologische katoen.
Wat dit voor gevolgen had voor het landschap tonen deze foto’s, genomen vanuit hetzelfde standpunt in 2009 en 2014.
foto_ethiopieDat biologische landbouw onverenigbaar is met de vernieling van natuurgebieden, is een standpunt dat ook wordt ingenomen door IFOAM, een wereldwijde paraplu van allerlei bedrijven en ngo’s die zich bezig houden met biologische productie. Ook de textielorganisatie GOTS is sinds december 2014 aangesloten bij IFOAM. Dat een paragraaf over landroof of natuurvernieling straks onderdeel wordt van de GOTS-certificering, lijkt daarmee een kwestie van tijd.
De affaire in Ethiopië leek erop te wijzen dat de belangen van buitenlandse investeerders daar hoger worden aangeslagen dan die van de eigen bevolking. De buitenlandse investeerder in kwestie was het Turkse Ayka Investment, dat grote retailers als H&M en Tchibo tot zijn klanten heeft. Deze merken hebben inmiddels laten weten geen katoen uit dit gebied te willen verwerken. Ook Ayka zou zich uit de Omo-vallei willen terugtrekken. Het zal echter lang duren voordat het landschap zich herstelt van de aangerichte schade.

Oudste broek ooit: geen skinny jeans

bb_trousers_free.jpgHet dragen van broeken kwam in de mode door nomadische, paardrijdende herders. En het waren bepaald geen skinny jeans die deze ruiters droegen. Die conclusie zou je kunnen trekken naar aanleiding van de vondst van een meer dan drieduizend jaar oude broek, door een team onder leiding van de Duitse archeologen Mayke Wagner en Ulrike Beck. De broek werd gevonden in het Tarim-bekken, tegenwoordig een deel van Xinjiang, een “autonome” republiek in het noordwesten van China. Volgens de wetenschappers is het de oudste broek die ooit werd aangetroffen. Het kledingstuk was gemaakt van wol.

Dat het dragen van broeken verband houdt met paardrijden werd al langer vermoed, de recente vondst ondersteunt die veronderstellingen alleen maar. De ouderdom van de broek komt overeen met de verspreiding van de “mobiele veehouderij” in oostelijk Centraal-Azië. Voordat de broek “in” kwam, werden vooral tunieken gedragen en dat zit niet zo fijn als je de hele dag doorbrengt op een paardenrug.

De broek bestond uit drie geweven delen: twee stukken die het hele been van heup tot enkel bekleedden en een deel dat daar op kruishoogte dwars op werd genaaid. Terwijl tegenwoordig een doek wordt geweven en daar vervolgens een model uit wordt geknipt, werd het model van deze broek al op het weefraam vormgegeven. De confectie achteraf was dus erg beperkt.
broek.jpgDe broek was op de eerste plaats functioneel, het was een ruitersattribuut. Daardoor is er nauwelijks sprake van een heupstuk en werd de broek dus laag op de heupen gedragen. Het kruis werd gevormd door het verbindingsstuk tussen de broekspijpen, en viel dus laag. Dat geeft deze broek opeens een verrassend modern “design”. Of moeten we zeggen dat de hippe baggy trousers met laaghangend kruis eigenlijk “vintage” of “retro” zijn? Wat dat betreft zijn de decoratieve patronen op het drieduizend jaar oude wolletje natuurlijk ook best hip.

ant0831065.jpgOver retro gesproken: enkele jaren geleden ontdekte archeologe en sinologe Mayke Wagner, ook in het Tarim-bekken, een rijk gedecoreerde broek die duidelijk was gemaakt van textiel dat daarvoor een heel andere functie had. Daarbij wordt gedacht aan een wandtapijt uit de tweede of derde eeuw voor Christus. Dat tapijt zou hebben gehangen in een paleis in het voormalige Bactrische rijk, in het noord-oosten van het huidige Afghanistan. Zo’n paleis zou in de eerste eeuw voor Christus geplunderd kunnen zijn door een rondzwervende troep nomaden. Eén ging er aan de haal met het tapijt waarvan later een broek werd gemaakt. De drager van die broek vond zijn einde in (waarschijnlijk) een gevecht tegen de Xiongnu, een ander steppevolk.

Minder leuk: op internet woeden al discussies met een nationalistisch ondertoontje. Lieden van uiteenlopende etnische herkomst claimen nu al dat deze broek behoort tot hún culturele erfgoed.

Schaapkuddes tegen verwoestijning

De schapenhouderij kan de wereld behoeden van verdere verwoestijning. Dat betoogde de bioloog Allan Savory tijdens het onlangs gehouden 83e congres van de International Wool Textile Organisation (IWTO) dat van 28-30 april in Kaapstad. “Jullie zijn een van de belangrijkste groepen ter wereld, als we de beschaving zoals wij die kennen, willen redden van de ondergang,” hield Savory zijn gehoor voor.Wol en duurzaamheid, het blijft kriebelen en schuren. Want ondanks dat wol een puur natuurproduct is, scoort het in sommige duurzaamheidsmeters toch dramatisch laag. Dat heeft te maken met de hoge Co2 voetafdruk van schapen: de dieren worden vaak gehouden op grote stukken land waar ze vrij rondlopen en produceren bovendien hun eigen broeikasgas: methaan.
Op de wijze waarop zo’n score tot stand komt, is trouwens nogal wat af te dingen. Is bijvoorbeeld alle grond waarop die schapen worden gehouden, geschikte landbouwgrond? Ook zijn er grote verschillen in de wijze waarop schapen wereldwijd gehouden worden. En een schaap levert toch niet alleen wol, maar ook vlees en bijproducten als lanoline-olie? Kortom: wat zijn de parameters waarmee het begrip “duurzaam” wordt gemeten en welke waarde wordt aan elk van die parameters gegeven?

Allan Savory ging tijdens zijn spreekbeurt echter nog een stap verder. In een fascinerende lezing werd de grootschalige schapenhouderij in de vorm van kuddes, uitgeroepen tot een soort laatste redmiddel tegen de verwoestijning van de wereld. Een proces dat eeuwen geleden al leidde tot de ondergang van stedelijke beschavingen, en dat ook onze eigen beschaving onder druk zet.

Verwoestijning is een wereldwijd probleem, dat steeds verder oprukt. Ongeveer tweederde van de wereld heeft er tegenwoordig mee te maken, waaronder grote delen van Afrika, de VS, Zuid-Amerika, Australië en Azië. Dichterbij dreigt verwoestijning in Spanje en delen van Griekenland. Het is een proces dat al eeuwen aan de gang is en dus niet te maken heeft met de klimaatveranderingen. Over het algemeen wordt verwoestijning in verband gebracht met overbegrazing door vee, onder andere door schapen. Op de afbeelding (van NASA) is de vegetatie wereldwijd aangegeven. Op de lichtbruine delen is de vegetatie beperkt of niet aanwezig.

RenderData.jpegSavory, opgegroeid in Zimbabwe, doet al meer dan vijftig jaar onderzoek naar verwoestijning. Volgens zijn theorie is het probleem op te lossen door een situatie te creëren die lijkt op die van de periode vóór de landbouw. Toen werden grote grasvlakten bewoond door grote kuddes. Ondanks dat de kuddes bestonden uit grote aantallen dieren, verwoestten die het land niet. Dat komt, zegt Savory omdat overbegrazing niet te maken heeft met het aantal dieren dat wordt gehouden, maar met de tijd die de planten krijgen om te herstellen na begrazing. Waar overbegrazing optreedt, is die periode simpelweg te kort. De kuddes moeten wel rondtrekken, want met hun uitwerpselen vervuilden ze hun voedsel (gras).
Savory ontwikkelde een systeem van rotatie-begrazing, waarbij (en dat is het nieuwe) welbewust rekening wordt gehouden met ecologische doelen en sociale en culturele factoren. Een “holistische aanpak” noemt hij het zelf, en hij boekte er geweldige successen mee. Droge gebieden die steeds verder verdorden en zelfs woestijnen werden omgetoverd tot weidse graslandschappen, met klaterende riviertjes. En dat allemaal door een nieuwe manier van veeteelt te introduceren.
Uiteraard zijn er ook critici, waarvan sommigen Savory zelfs neerzetten als een charlatan. De resultaten en aanvullend onderzoek lijken echter toch in een andere richting te wijzen.
savoryOp het congres van de IWTO werd de boodschap in elk geval enthousiast ontvangen. Waar de schapenhouderij door menigeen werd neergezet als een eco-onvriendelijke bedrijfstak die in hoge mate bijdraagt aan de opwarming van de aarde, is het perspectief nu opeens heel anders: de schapenhouderij kan juist bijdragen aan herstel van de aarde. Bij een goede toepassing kunnen we volgens Savory zelfs terug naar “pre-industriële waarden.”

De toespraak die Savory hield voor het IWTO is online te bekijken. http://www.iwto.org/news/52/

Nog meer info is te vinden op
http://www.savoryinstitute.com

De Ford van hennep

Op allerlei hennep-blogs is nog steeds te lezen dat Henry Ford in 1941 een auto van hennep fabriceerde. Die hennep-auto was door het gebruikte materiaal maar liefst de helft lichter dan de metalen auto’s van die tijd, wat een enorme brandstofbesparing met zich mee zou brengen. Bovendien was hij ook nog eens sterker, werd gezegd. Om dat laatste te demonstreren was de oude Ford (toen 78) niet te beroerd om voor de snorrende camera’s verwoed op zijn auto te slaan met iets wat lijkt op een bijl. De hennep-auto vertoonde volgens de opgetrommelde journalisten nauwelijks een krasje. “Maar bij een soortgelijk experiment op een stalen plaat, sloeg hij door het metaal,” schreef de New York Times.

auto_ford

Ford zou iets hebben gehad met hennep. “Waarom zouden we bossen of mijnen leegplunderen die zich gedurende eeuwen hebben gevormd als we hennep hebben, die elk jaar opnieuw groeit?” Om te laten zien dat het menens was met zijn liefde voor hennep, liet Ford zich graag fotograferen in een stapel hennepstro.
Helaas werd het verhaal van de hennep auto een paar jaar geleden ontkracht. De auto die Ford had gebouwd, was volgens de kranten van die tijd grotendeels van “plastic” gemaakt. Eigenlijk lijkt het te gaan om een composiet, een uit meerdere componenten samengesteld product dat voor 70 procent bestond uit plantaardige vezels, waaronder hennep. Tegenwoordig zouden we dit een “biocomposiet” noemen.

Ford-1

De auto werd nooit in productie genomen, maar toch lijkt Ford het wel goed te hebben gezien. De zogenoemde “biobased” composieten die in 1941 hun tijd misschien vooruit waren, worden nu steeds meer toegepast, niet in de laatste plaats in de automobielsector.
Plantaardige vezels als hennep en vlas zijn bekend om hun grote trekkracht, die niet onderdoet voor die van de conventionele glasvezels. Bovendien zijn ze licht, liggen de productiekosten een stuk lager, is het energieverbruik geringer, en zijn de natuurlijke vezels hernieuwbaar. Vooral vlas en hennep worden daarin verwerkt.

In de sport wordt er al lang niet meer raar van opgekeken. De voormalige Belgische topwielrenner Johan Museeuw presenteerde jaren geleden al een racefiets die voor 50 procent bestond uit vlasvezels. Het Franse sportmerk Decathlon kwam met een tennisracket waarin eveneens vlasvezels zijn verwerkt.
Best mogelijk dat Museeuw en Decathlon voor plantaardige vezels hebben gekozen vanuit een “groene” ondernemersvisie, maar doorslaggevend zullen toch de mechanische en fysische eigenschappen zijn geweest: de vlasvezels zijn licht, sterk en goedkoper te produceren.

Mede om die redenen is ook in de automobielsector het gebruik van natuurvezels in composieten sterk toegenomen. In de Duits/Oostenrijkse auto-industrie werd in 1996 bijvoorbeeld 1.300 ton vlas verwerkt, in 2005 was dat opgelopen tot 12.700 ton. Per auto werd in 2000 gemiddeld 20 kilo textiel verwerkt, de schatting is dat dit in 2020 zal zijn opgelopen tot zo’n 32 kilo. Interessant is dat een groot deel van de textiele vezels wordt ingezet als vervangende grondstof voor bekende applicaties.

Een van de bedrijven die aan de auto-industrie leveren is het Nederlandse Hemp Flax, dat onder hennep levert die wordt verwerkt door Bugatti en Mercedes.
markhttps://www.youtube.com/watch?v=GTtZrffjmU8

Vooralsnog worden de met natuurvezels versterkte kunststoffen in de automobiel-industrie vooral toegepast in het interieur, zoals in de hoedenplank, het dashboard en de deurbekleding. Maar ook zwaardere toepassingen komen eraan. Al in 2007 maakte het Nederlandse bedrijf NPSP Composieten voor de Nederlandse Spoorwegen de neus van een zogenoemde Koplopertrein. In het daarvoor ontwikkelde composiet zijn synthetische vezels geheel verbannen, en is uitsluitend gewerkt met natuurlijke vezels, die weer worden versterkt met natuurlijke harsen.

kestrel

De Kestrel

Ford maakte zijn auto in 1941 dus maar voor een klein gedeelte van hennep. Het schijnt dat de mensen van het Ford Museum in Detroit het dan ook niet hebben over een hennep-auto, maar over een “sojabonenauto”. Die waren er óók in verwerkt. Tegenwoordig zit er meer hennep en vlas in een doorsnee auto dan in de “hennep auto” van Henry Ford. In Canada wordt gewerkt aan de Kestrel, een kleine elektrische auto die is gemaakt van biocomposiet met hennep.

Het idee van een auto die voor een groot gedeelte is gemaakt van hennep is helemaal zo vreemd niet meer. Kijk hier voor ons actuele aanbod van hennep-producten.

http://webshop.ecologicaltextiles.nl/contents/en-uk/d7_Hemp.html

Wassen zonder water

Het Britse bedrijf Xeros heeft een methode ontwikkeld om textiel te wassen waarbij 75 procent minder water wordt gebruikt. In plaats van water wordt er gewassen met speciaal ontwikkelde polymere bolletjes, die het vuil opnemen. Daarbij worden speciale wasmachines gebruikt, waarvan er op dit moment in de VS en Europa enkele tientallen operationeel zijn. Het bedrijf verwacht dit jaar nog eens 120 machines te plaatsen.
Xeros, dat in 2006 werd opgericht als een spin-off van de universiteit van Leeds, richt zich in eerste instantie op industriële wasserijen, maar wil zich in de nabije toekomst ook richten op de consumentenmarkt.
Beads_dropping_from_handVolgens het Engelse bedrijf wordt alleen voor het wassen van hoteltextiel in de Verenigde Staten dagelijks 1,5 miljard liter water gebruikt. De nieuwe methode zou niet alleen water, maar ook energie besparen, omdat het wassen gebeurt op aanzienlijk lagere temperaturen.
De kritiek op de nieuwe methode luidt dat met de kunststofbolletjes eigenlijk alleen maar meer afval wordt geproduceerd. Volgens Xeros weegt dat niet op tegen de voordelen. De bolletjes zouden honderden wasbeurten meegaan, er worden minder chemicalieën gebruikt en de bolletjes kunnen nadien gerecycled worden.
https://www.youtube.com/watch?v=KxCPDrtxOPk

Een groene kinderwagen

Ecological Textiles is betrokken bij de ontwikkeling van de duurzame kinderwagen die wordt gemaakt door Green Tom.
Green Tom is het bedrijf van Bart Bost, die al zo ongeveer zijn hele leven in de kinderwagenbranche zit en daarvoor onder andere een fabriek in Taiwan runt. Een paar jaar geleden besloot Bart dat het roer om moest. Hij wilde zijn productie zoveel mogelijk terugbrengen naar Europa, en daarbij het liefst gebruik maken van materiaal dat hier wordt verwerkt. Zo ontstond het idee van een “groene kinderwagen”.
greentomHet frame en de bekleding van de wagen is gemaakt van gerecyclede PET-flessen. Ecological Textiles is met name betrokken bij de ontwikkeling van het matrasje, het deel dus dat direct in contact komt met het kindje zelf. Het matrasje heeft een vulling van uit Nederland afkomstige wol, die is verwerkt met vlas. De vlas is afkomstig uit de relatief weinige productiegebieden die we in West-Europa nog hebben, met name West Vlaanderen, Noord-Frankrijk.
De productie van het matrasje gebeurt helemaal in Nederland. Een kinderwagen met een geweldig verhaal en … het blijkt een aansprekend product. Green Tom timmert er internationaal mee aan de weg.
https://www.youtube.com/watch?v=in2GepWKYyY